Moderne Talen-Wiskunde Derde graad

Toelichting bij de studierichting

Moderne Talen

Als je graag met moderne talen omging in de tweede graad, dan zal de richting met de component Moderne Talen je wel blijven boeien. Binnen de vier moderne talen (Nederlands, Frans, Engels en Duits) gaat de aandacht naar het ontwikkelen van communicatieve vaardigheden en kennismaking met cultuur en literatuur, zowel in de eigen taal als in de vreemde talen.

Je krijgt een algemene vorming en je leert systematisch en op een communicatieve wijze vier talen begrijpen, spreken en schrijven. Die vaardigheden liggen aan de basis van een vlotte taalbeheersing. Die moet je in staat stellen om in onze ruime wereld op een doeltreffende wijze te communiceren met (anderstali­ge) mensen. Dankzij je taalvaardigheid kan je in contact komen met andere levenswijzen en gewoonten. Dat kan alleen maar verrijkend zijn.

Ook al is taalbeschouwing in het secundair onderwijs niet echt een doel op zich, toch wordt er ook aandacht besteed aan het verwerven van inzicht in de taal (in het algemeen). Dat is noodzakelijk omdat een vlotte en brede taalbeheersing lexicaal en grammaticaal stevig onderbouwd moet zijn.

Kennis van de taal maakt ook de toegang mogelijk tot wetenschappelijke en literaire bronnen van een cultuur. Daarom willen we je in de derde graad introduceren in het genietend of stimulerend lezen van literatuur en zakelijke/wetenschappelijke teksten in de vreemde talen. We willen je leren een (zakelijke/wetenschappelijke) tekst te interpreteren of een (literaire) tekst esthetisch te waarderen.

Om de geboden vormingskansen optimaal te benutten moet je bepaalde attitudes ontwikkelen: bereidheid tot communiceren, interesse voor intermenselijke contacten, drang naar inzicht in regels en structuren, een ruime culturele belangstelling, een kritische ingesteldheid t.o.v. het eigen taalgebruik en dat van anderen.

Bovendien leer je in de lessen Moderne Talen ook zelfstandig werken. Je verwerft inzicht in je eigen taalleerproces, je neemt verantwoordelijkheid op bij het uitvoeren van taken en leert je eigen werk en dat van medeleerlingen evalueren.  Actief leren veronderstelt interactie tussen leerlingen. Samen werken, leren en reflecteren over de gebruikte strategieën vormen dan ook evenzeer een belangrijk onderdeel van de richting Moderne Talen.  Dit komt bij uitstek aan bod in de onderzoeksvaardigheden.

Ten slotte staat, meer nog dan in de tweede graad, in de derde graad het competentieleren centraal: je leert hoe je kennis kunt verwerven en hoe je informatie kunt vinden en hoe je die moet inzetten om een bepaald doel te bereiken.  Leerinhouden worden gelinkt aan maatschappelijke contexten waarbinnen ze een rol kunnen spelen. Een en ander komt samen in het cultuur- en onderzoeksportfolio. Het opzet van het portfolio is over de studiejaren heen een beeld te vormen van je culturele ontwikkeling. In het portfolio verzamel je individuele uitbreidings- en verwerkingsopdrachten die verband houden met lesonderwerpen uit de verschillende vakken van je opleiding. Het spreekt voor zich dat de taalvakken daarin een groot aandeel hebben.

Wiskunde 6 uur

Deze cursus sluit aan op de cursus wiskunde 5 uur in de tweede graad. De wiskundevorming heeft hier een drievoudige rol: de ontwikkeling van een wiskundig basisinstrumentarium, de ontwikkeling van het denken in het algemeen en van specifieke denkmethoden en probleemoplossende werkwijzen eigen aan een wiskundige aanpak en de reflectie erop. De problemen die aangepakt worden zullen diepgaander onderzocht worden en van een hogere moeilijkheidsgraad zijn.
Deze vorming is dan ook een ideale voorbereiding op wiskundige en wetenschappelijke richtingen in het hoger onderwijs.
De belangrijkste leerstofonderdelen zijn goniometrie, grondige analyse, ruimtemeetkunde, kansrekening en statistiek.