Humane Wetenschappen Derde graad

Toelichting bij studierichting

Humane Wetenschappen

In de derde graad Humane Wetenschappen bestaan de richtingsvakken uit 4 uur cultuurwetenschappen en 4 uur gedragswetenschappen per week. Deze worden zeer gevarieerd ingevuld. Het opbouwen van kennis en vaardigheden gaan hand in hand.

Het vak cultuurwetenschappen (4 uur per week) bestudeert culturele fenomenen in de eigen cultuur, maar ook in andere hedendaagse culturen en in het verleden.

                In het vijfde jaar is de maatschappelijk betekenis van de media een thema: de functies van de media, de vrijheid van informatie, en de rol van de overheid en de economie komen aan bod. Een ander thema is filosofisch: denken over mens en maatschappij, over wetenschap en techniek, over goed en kwaad komen aan bod, evenals een algemene inleiding in de filosofie.

                In het zesde jaar wordt het politieke veld bestudeerd: de standpunten van verschillende politieke partijen, de ideologieën, de mogelijkheid tot participeren en actuele politieke problemen worden geanalyseerd. Het juridische veld komt ook aan bod. De verschillende rechtstakken, de structuur van de rechterlijke macht en het verloop van het proces worden behandeld. Tenslotte wordt nagedacht over de maatschappelijke betekenis van kunst: de functies van kunst in het verleden en het heden en de positie van de kunstenaar in de loop der tijden.

Het vak gedragswetenschappen (4 uur per week) gaat over eigenheid en diversiteit.

                In het vijfde jaar ligt de klemtoon op eigenheid. Dit bespreken we hoofdzakelijk vanuit psychologisch standpunt. Iedereen probeert zichzelf te worden in zijn zoektocht naar een eigen identiteit. Hierbij spelen de omgeving en het temperament een belangrijke rol. Iedereen bouwt een stuk zelfkennis op. De wetenschap kan helpen om op een methodische manier zover te komen. Eigenheid is geen statisch gegeven. Verschillende factoren hebben er hun invloed op, zowel in positieve als negatieve zin.

                In het zesde jaar ligt de nadruk op de diversiteit tussen individuen, groeperingen en samenlevingen. Is diversiteit een bron van rijkdom of ergernis? Hierbij wordt het debat tussen erfelijkheid en milieu bestudeerd, de dynamiek tussen groeperingen, sociale stratificatie en de moderne breuklijnen in en tussen samenlevingen. Daarnaast vragen we ons af hoe de mens en de maatschappij het best kan omgaan met diversiteit op persoonlijk en maatschappelijk gebied. Hoe gaan we om met innerlijke conflicten en groepsconflicten? Hoe kunnen spanningen leiden tot psychische stoornissen of maatschappelijk geweld? Omtrent verschillende thema’s moet je in het 6de jaar zelf in staat zijn een actuele synthese te maken en een onderbouwd standpunt leren innemen.
 

Binnen het bestaande urenpakket gedrags-en cultuurwetenschappen worden telkens 2 uur per week specifiek besteed aan het bestuderen van de actualiteit en het opzetten en uitvoeren van sociaal- wetenschappelijk onderzoek.

                In het 5de jaar bestuderen en ontleden we de gebeurtenissen die het uitzicht van de mens, de wereld en de samenleving waarin we leven, beïnvloeden.  Dit betekent dat we zowel aan de binnenlandse als aan de buitenlandse politiek, sociale en economische ontwikkelingen aandacht zullen besteden. We gaan kritisch op zoek naar informatiebronnen, achtergronden en betekenissen. Je zal moeten proberen te begrijpen hoe en waarom de wereld verandert en welke plaats we daarin hebben. Regelmatig de krant lezen, nieuwsuitzendingen en duidingsprogramma's op radio en televisie volgen, aandacht hebben voor documentaires, een boek lezen, zijn absolute voorwaarden om zelfstandig actuele onderwerpen te onderzoeken en een persoonlijk gefundeerd standpunt in te nemen. Tenslotte word je aangespoord om in contact te komen met Cultuur (met een grote C): film, theater, literatuur, muziek,…

                In het 6de jaar moet je alle in de voorbije jaren geleerde onderzoeksvaardigheden aanwenden om een eindwerk te maken. Vanuit een zelfgekozen onderwerp, dat aansluit bij één van de richtingsvakken, moet je een sociaalwetenschappelijk onderzoek plannen, uitvoeren en presenteren. Essentiële onderdelen zijn o.a. het afbakenen van een onderzoeksvraag en het voeren van een bronnenonderzoek. Daarnaast moet je ook eigen data verzamelen, analyseren en verwerken aan de hand van een observatie, een enquête, een experiment, interviews, … Tot slot moet je in een schriftelijke en mondelinge rapportage een antwoord formuleren op je onderzoeksvraag. In dit proces scherp je vanzelfsprekend ook je ICT-vaardigheden aan. De nadruk ligt in het 6de jaar op begeleid zelfstandig werken, het hanteren van een juiste wetenschappelijke methodiek, werken aan je sociale vaardigheden, leren plannen en werken naar een deadline toe. Kortom, je leert een heleboel vaardigheden die je voorbereiden op het hoger onderwijs.