Vrije ruimte

Complementair gedeelte in het vijfde jaar

De vrije ruimte geeft aan een school de gelegenheid om zich los te maken van de traditionele vakkenstructuur. Uit ervaring weten we dat dit onze opleiding enorm kan verruimen en verrijken. We kiezen er daarom ook heel bewust voor om ruimte te scheppen voor innoverende projecten waarin leerlingen nieuwe talenten kunnen ontdekken of talenten die niet in de traditionele vakken aan bod komen, verder ontwikkelen. Daarnaast proberen we in de vrije ruimte enkele vakoverschrijdende eindtermen te realiseren en is er de mogelijkheid om te specialiseren in een vakgebied.
In de eerste helft  van het jaar willen we leerlingen laten kennismaken met een heleboel thema’s. In deze exploratiefase krijgen de leerlingen in een doorschuifsysteem een  divers gamma van onderwerpen aangeboden. Op die manier willen we hun leefwereld verruimen en ze een idee geven van wat de, dikwijls onbekende, thema’s inhouden.
In een tweede fase laten we de leerlingen een keuze maken. Ze doen dit op basis van hun ervaringen in de eerste fase. In deze uitdiepingsfase gaan de leerlingen dieper in op het door hen gekozen thema. De begeleidende leerkracht neemt in deze fase wat afstand van zijn traditionele rol als lesgever. In de uitdiepingsfase van de vrije ruimte gaat hij samen met de leerlingen op zoek naar de weg die de groep wil uitgaan. Hij polst waar de interesse van de groep naar uitgaat en tekent nadien samen met de leerlingen een te volgen traject uit.
De vrije ruimte is voor de school een experimenteerruimte. Aangezien er geen leerplan wordt opgelegd, geeft het de leerkracht de mogelijkheid om andere didactische strategieën toe te passen en uit te proberen. Ook met de manier van evalueren wordt er geëxperimenteerd. Deze nieuwe invloeden kunnen later geïmplementeerd worden in de traditionele vakken.
 

Complementair gedeelte in het zesde jaar ASO via de keuzevakken.

Op het einde van de derde graad moet je een studie- of beroepskeuze maken. De invulling van het complementair gedeelte van het zesde jaar ASO is erop gericht je te ondersteunen bij de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs. In het complementair gedeelte van het zesde jaar kies je een vak van twee lesuren om je te oriënteren en voor te bereiden op je loopbaan in het hoger onderwijs.

De problematiek van de overgang van secundair naar het hoger onderwijs situeert zich op verschillende vlakken: de studiekeuze, het studeren zelf en de verandering in sociale omgeving.

Er is vooreerst het studiekeuzeprobleem. Voor welke studierichtingen in het hoger onderwijs heb ik interesse? Welk beroep wil ik later uitoefenen? In het complementair gedeelte van het zesde jaar krijg je de kans om de richting die je volgt te verbreden door een “nieuw vak” te kiezen en zo je horizon te verruimen. Je kan  ook één van je vakken uitdiepen door een aanvulling op dat richtingsvak te kiezen.  

In het complementair gedeelte van het zesde jaar
Op het einde van het vijfde jaar zal je gevraagd worden om een vak te kiezen uit de volgende keuzevakken van twee lesuren:

- aanvulling wiskunde
  3 mogelijke pakketten met verschillende onderwerpen

- aanvulling wetenschappen
  voor leerlingen van ECWI, LAWI, MOWI

- boekhouden
  voor alle leerlingen

- mini-onderneming
  voor alle leerlingen

- aanvulling Duits
  voor leerlingen van ECMO, LAMO, MOWE, MOWI

- Duits voor beginners
  voor leerlingen van ECWI, GRLA, HUWE, LAWE, LAWI, WEWI

- informatietechnologie
  voor alle leerlingen

- kunstgeschiedenis
  voor alle leerlingen

- cultuur en filosofie
  voor alle leerlingen, behalve de leerlingen van HUWE

- psychologie-sociologie
  voor alle leerlingen behalve de leerlingen van HUWE

- praatklas Frans
  voor alle leerlingen

We richten een keuzevak in op voorwaarde dat er voldoende belangstelling voor is.