Architecturale Vorming Derde graad

Toelichting bij de studierichting

Het bouwen en aanpassen van de omgeving waarin wij leven, werken en wonen, slorpen voortdurend immense budgetten en veel menselijke energie op. Wie kwaliteitsvolle architectuur wil realiseren, moet beschikken over voldoende ruimtelijk inzicht, een kritisch beoordelingsvermogen en een goed ontwikkeld creatief vermogen.

De studierichting Architecturale Vorming is een aantrekkelijke keuzemogelijkheid voor leerlingen die deze vaardigheden willen ontplooien. Ze beoogt ook een brede algemene vorming voor wiskunde, wetenschappen en talen, die voorbereidt op alle vormen van hoger onderwijs.

Leerlingen die het vierde jaar in een ASO- of TSO-studierichting met vijf uur wiskunde hebben gevolgd, kunnen in het vijfde jaar de studierichting Architecturale Vorming nog aanvatten. Ze moeten dan in de vakantie een oriënterende kunstproef afleggen. Aan de hand van behaalde resultaten (rapport), en de resultaten van de kunstproef wordt de haalbaarheid nagegaan. Na de proef is er een gesprek met ouders en leerling waarin men probeert tot een goede beslissing te komen. De achterstand die deze leerlingen hebben voor projectietekenen, wordt tijdens het eerste trimester met gedifferentieerde oefeningen weggewerkt.

In het zesde jaar Architecturale Vorming (en ook in de studierichting Beeldende Vorming) werken de leerlingen in onze school gedurende twee trimesters aan een vrij omvangrijke, vakoverschrijdende en realiteitsgebonden creatief-artistieke opdracht: de geïntegreerde proef. De werken die hiervoor door de leerlingen worden gemaakt, worden nadien tentoongesteld in Cultureel Centrum Het Gasthuis.

Elk jaar maken de leerlingen van de kunstafdeling een studiereis naar het buitenland waarbij interessante architectuurprojecten, tentoonstellingen en musea worden bezocht.

1. Architecturale Vorming (10 u.)

Per week worden tien lesuren besteed aan het vak Architecturale Vorming. De inhoud kan in vijf belangrijke componenten worden ingedeeld.

Ruimtelijke Vormgeving
Bezig zijn met de architecturale ruimte in haar diverse dimensies, van stoel tot stad, is een belangrijk onderdeel. Aan de hand van specifieke ontwerpopgaven zoeken de leerlingen op een creatieve manier naar vormen en composities met een artistieke kwaliteit. Confrontatie met goede architectuurvoorbeelden is hierbij onontbeerlijk en komt aan bod in de volgende componenten.

Architectuuranalyse
Goede architectuurvoorbeelden worden geanalyseerd met betrekking tot de functie, vorm, constructie en betekenis (semantiek). Ook relaties leren leggen en dingen in een ruimer kader kunnen plaatsen, wordt belangrijker.

Architecturaal Tekenen
Het is niet altijd eenvoudig om ruimtelijke vormen voor te stellen aan de hand van vlakke tekeningen. Dit wordt geleerd in het deel projectietekenen. De leerlingen leren geometrische vormen (prisma, piramide, cilinder, kegel, ...), waarvan delen door een vlak worden weggesneden en doorboringen van twee geometrische vormen in verschillende standen tekenen. Dit gebeurt zowel in loodrechte projectie, als in axonometrische voorstellingen, en in het zesde jaar ook in centrale perspectief. Er worden ook ruimtelijke voorstellingen gemaakt door ontwikkeling op papier. Dit deel is meer wetenschappelijk van aard en gericht op het verwerven van ruimtelijk inzicht. In het bouwkundig tekenen ligt het accent op het kunnen lezen en tekenen van plannen. Hiervoor wordt het tekenprogramma AutoCAD aangeleerd en gebruikt.

Presentatietechnieken
Als middel voor ruimtelijke vormgeving en architectuuranalyse wordt in deze component kennis gemaakt met maquettebouw, computerprogramma's als illustrator en photoshop of inkscape en GIMP. En uiteraard komen ook de traditionele technieken zoals tekenen en schetsen met potloden, aquarel, pastel, collage, ... aan bod.

Aanvulling tekenen (2 u.)
In dit onderdeel kunnen de leerlingen hun tekenvaardigheid verder ontwikkelen of bijschaven.

2. Kunstgeschiedenis (2 u.)

Dit vak geeft in historisch perspectief een overzicht van eeuwen kunst in haar sociale en economische context. Men maakt kennis met stijlen, richtingen, technieken, namen en werken. Het inzicht in de scheppingskracht van kunst wordt daardoor verscherpt.

3. Kunstinitiatie (1 u.)

In kunstinitiatie leer je wat kunst tot kunst maakt. Je leert (kritisch) kijken naar het concept en naar de context. Daarbij maak je je heel wat termen eigen die je nodig hebt om over kunst te praten. De actualiteit vormt daartoe dikwijls een uitgangspunt.