Anker 2015 - Het college in ....

terug naar overzicht Anker 2015

HET COLLEGE IN …

Opmerkelijke gebeurtenissen van toen

1955   De KSA en de Vlaamse Studentenkring Tijl

De innige band tussen leraars en leerlingen, waar directeur Van den Bosch in het Jaarboek van de oud-leerlingenbond prat op ging, mochten vooral de KSA'ers van het college ervaren op hun vergaderingen en ontspanningsnamiddagen of als ze met hun proosten op fietstocht of op kamp trokken. In de KSA heerste een gemoedelijke vriendschap tussen leerlingen en leraars. Retoricaleraar De Kelver stond heel dicht bij zijn discipelen. De vertrouwelijkheid tussen professor en studenten was zelfs zo groot dat sommigen nog na het verlaten van het college bij de KSA-hernieuwers van proost de Kelver actief waren. Maar ook niet-KSA'ers bleven tijdens hun hogere studies contact zoeken en zo groeide stilaan de idee om een nieuwe studentengilde te stichten met de vereerde retoricaleraar als proost en als leidsman. De droom werd werkelijkheid toen in het schooljaar 1954-‘55 in het college de Vlaamse Studentenkring Tijl werd opgericht.

Proost De Kelver had met Tijl onuitgesproken maar duidelijk een dubbel doel voor ogen. Hij wilde er zijn afgestudeerde leerlingen bijhouden en zijn leerlingen van poësis en retorica, die aan clubactiviteiten als toneel en museumbezoek mochten deelnemen, op een studentikoos en een deftig studentenleven voorbereiden. De nieuwe club vergaderde in het college op het podium van de refter onder de kapel en later in een jeugdheem op Bekaf onder leiding van een heuse preses en in aanwezigheid van mentor De Kelver. Men zong er uitgelaten over het Werchters bier en dronk er uitbundig Aarschotse Bruine. Men speechte en debatteerde en repeteerde toneel. Men droomde van Vlaanderen Vlaams en van een zoet lief.

Directeur Van den Bosch, die dat drinken en zingen binnen zijn collegemuren maar niks vond, draaide voorzichtig bij, toen Tijl op 17 juli 1955, enkele dagen na de proclamatie, naar het Vlaams Nationaal Zangfeest in Antwerpen trok en bij die gelegenheid het openluchtmuseum Middelheim bezocht.

1965   Maturiteitsproef

De nieuwste vondst van de minister van onderwijs was de maturiteitsproef. De proef moest de maturiteit, de geschiktheid van de laatstejaarsleerlingen voor het hoger onderwijs onderzoeken. Wie de nodige maturiteit niet bezat, mocht niet naar de universiteit. De examencommissie die de maturiteit moest beoordelen, bestond uit de directeur, de leraren van het laatste jaar en andere examinatoren, die niet tot de inrichting behoorden. Niet tot de inrichting behoren volstond, andere kwalificaties of enige garantie van onafhankelijkheid waren niet vereist. De directeur mocht externen van wie hij weinig weerwerk verwachtte als vreemde examinatoren inschakelen.

Uiteindelijk waren het de leraars die over de maturiteit van hun eigen leerlingen moesten oordelen, onmiddellijk nadat ze dezelfde leerlingen geschikt bevonden hadden om het humanioragetuigschrift te ontvangen. Hoe konden ze in tweede instantie buizen wie in eerste instantie geslaagd was? Wie deelnam, zou slagen. Na een Nederlandse verhandeling, gecorrigeerd door de eigen leraar Nederlands, volgde nog een mondeling examen over één hoofdvak of twee bijvakken naar keuze. Het mondeling examen werd afgenomen voor de eigen vakleraar met assistentie van de vreemde examinator. De vakken die de leerling koos, hoefden niet in de lijn van de latere studies te liggen. Wie een goede verhandeling schreef en bijvoorbeeld in het vak Nederlands bewees dat hij Van Nu en Straks en de Tachtigers kende, had daarmee zijn maturiteit bewezen om aan de univ wiskunde of geneeskunde te gaan studeren.

Op het laatste moment werd de verplichting met een jaar uitgesteld. De directeur deelde de ouders mee dat de proef toch nuttig kon zijn voor de leerlingen van de Eerste Economische en de Eerste Wetenschappelijke A, die een andere universitaire studie wensten aan te vatten dan die waarop ze in hun middelbare studies rechtstreeks waren voorbereid. Uiteindelijk schreven toch nog 29 leerlingen zich voor de proef in. Een jaar later werd ze voor iedereen verplicht.

1975   Klaslokalen versus vaklokalen

In het schooljaar 1975-1976 was het leerlingenaantal op het Schaluin gezakt van 634 naar 621. Toch was er in de gebouwen meer beweging dan ooit. Er hadden lange en heftige discussies plaats in de vrije volksvergaderingen, waarbij de leraars van het lager middelbaar pleitten voor het behoud van de klaslokalen en de leraars van het hoger middelbaar alleen maar heil zagen in de oprichting van zoveel mogelijk vaklokalen.

De leraarsraad koos voor het compromis: behoud van eigen klaslokalen voor de eerste observatiejaren en inrichting van vaklokalen voor de hogere jaren. Zo kreeg Aardrijkskunde een tweede lokaal op het gelijkvloers van bouw 1909 en werden de 2 klassen ernaast vaklokalen economie. Geschiedenis vestigde zich in twee klassen onder de treurwilg. Het grote lokaal erboven op de eerste verdieping aan de Elisabethlaan werd godsdienstlokaal. Op de tweede verdieping werden een tweede fysicalokaal en een biologieklas ingericht.

De eerste verdieping van de bouw 1909 was voorbehouden voor de moderne talen en Wiskunde werd bijna uitsluitend op de eerste verdieping aan het Schaluin gegeven. Lesuur na lesuur trokken de leerlingen van het ene lokaal naar het andere. Rijen werden niet meer gevormd. Om de vijftig minuten veranderde de school in een gonzende bijenkorf.

1985   Naar het beloofde land

Op Bekaf schoten de bouwwerken voor de eerste graad VSO goed op tot op 7 januari 1985, de eerste schooldag van het tweede trimester, plots de winter met onverwachte heftigheid toesloeg. Er vielen pakken sneeuw en die bleven dagen liggen. De bouw liep ernstige vertraging op. Het gebouw zou tegen het volgende schooljaar niet klaar zijn. Aannemer Houben hoopte het in de vakantie van Allerheiligen te kunnen opleveren. Ondertussen bereidde de leraarsraad op het Schaluin het vertrek van de observatiegraad voor met maatregelen, die moesten voorkomen dat de scheiding een afscheiding kon worden. Directeur Wouters zou op het Schaluin blijven. Onderdirecteur Ceulemans moest naar Bekaf. Maar één keer per week zouden zij omwisselen. Op het leerlingensecretariaat van Bekaf zou studiemeesteres Myriam Peeters de plak zwaaien met de eerste helft van de week Alfonsine Luyckx en de tweede helft Ria Peeters tot steun. Een overgrote meerderheid van de leraars zou tussen Schaluin en Bekaf pendelen. De leraarsraad zou om beurt op het Schaluin en op Bekaf vergaderen.

Door het vertrek van de onderdirecteur moest men voor het Schaluin een nieuwe man/vrouw verantwoordelijk voor orde en tucht zoeken. Maar voor het zo ver was, had Guy Verbruggen de leraars overtuigd dat men de onderdirecteur best op het Schaluin op post hield. Dus werd de leraars van de observatiegraad gevraagd in een geheime stemming een verantwoordelijke voor Bekaf aan te duiden. Nog voor Allerheiligen stond coördinator Roger Willems als uitverkorene klaar om als afgevaardigde van de directie naar de nieuwe school op Bekaf te vertrekken. Maar door een staking van een toeleveringsbedrijf van metalen raamprofielen ging het vertrek niet meteen door. De tocht naar het beloofde land van Bekaf werd hem eerst als sinterklaasgeschenk en ten slotte als kerstcadeau beloofd, maar zou pas einde januari uiteindelijk toch doorgaan.

1995   Inhuldiging uitbreiding eerste graad en lagere school Bekaf

De opendeurdag van zondag 25 juni 1995 was de ideale gelegenheid om twee nieuwe gebouwen op Bekaf te laten inhuldigen: de uitbreiding van de eerste graad secundair onderwijs en het paviljoen voor de eerste graad van de lagere school. Z.E.H. Jozef Peeters, ere-vicaris van onderwijs van het aartsbisdom Mechelen-Brussel mocht de gebouwen inzegenen onder het motto van geloof, hoop en liefde.

De eerste graad secundair kreeg er een overdekte binnenruimte, een wetenschapslokaal, twee technologielokalen, een toneelzolder en vier gewone lokalen bij. Daarnaast waren er buiten bijkomend twee verharde sportterreinen aangelegd.

In zijn toespraak schetste directeur eerste graad Roger Willems de functie en de betekenis van de gebouwen en dankte hij de vorige directies Paul Wouters en Jef Ceulemans, bouwheer E.H. Louis Crauwels, bouwfirma Driessen en architect Marcel Janssens voor hun inzet en creativiteit.

Het paviljoen van de eerste graad lagere school werd ingeplant aan de Demerkant tussen de oudere gebouwen en de speelpleinen van Bekaf. Met een overdekte speelruimte sluit het enerzijds aan bij de bestaande gebouwen, maar anderzijds blijft het toch een eigen karakter behouden door zijn aparte inplanting. Rond een centraal, overkoepeld gedeelte liggen zeven lokalen: twee voor de eerste leerjaren, twee voor de tweede leerjaren, één taakklas, één directielokaal en één lokaal voor de administratieve hulp. Directeur Jos Peeters benadrukte het feit dat het gebouw de drempel tussen de kleuter- en lagere school moet verlagen door ruimte te geven aan de specifieke aanpak. “Wie in het gebouw rondwandelt, wordt zeker getroffen door de frisheid die van de ruimte uitgaat. Elke klas grenst aan een rustig stukje natuur, zonder dat het afleidt. Elke inham in de klas nodigt uit tot werken in gezellige groepjes, terwijl de centrale binnenruimte aanzet tot beweging en spel, tot klasoverschrijdend, dynamisch leren”. Architect Jos Geijsels, winnaar van de ontwerpwedstrijd, en aannemer Schops-Willems ontvingen bij de inhuldiging welverdiende appreciatie.

2005   Aantreden van Viviane Van Dijck en Erik Verstrepen

Moeten het mannen met baarden zijn?

Er vielen de laatste jaren nogal wat directieleden op door gezichtsbegroeiing. Jan Uten, Mark Verstreken en Sus Van Steenweghen, de vader van alle Bekaffers, waren bezitters van modelexemplaren. Ook de nieuwe van de SJIB had een modieus lijntje en de oude van Bekaf droeg nog steeds zijn klassieke snit. Verder terug in de tijd en met meer kleurschakeringen waren er Vital, barbara rossa, en Jef, de man met den grijzen baard. Ook was er André Andries in gedistingeerd grijs en Peter Holsters met zuiderse machotint. Zelfs middenkaderleden met steile ambities zoals Brattinga, Vandebroek en Weckhuyzen droegen gewas.

Maar de trendbreuk werd ingezet door Maryse Boufflette, directeur CVO, enkele jaren voordien. Het college moest wennen aan het gewijzigd landschap. Ook de nieuwe directies die in september 2005 aantraden, waren plots vrij van enige gezichtsbegroeiing: Erik Verstrepen, de nieuwe directeur basisschool en vooral Viviane Van Dijck, de nieuwe directeur eerste graad SO. Maar … ze hadden niet minder haar op hun tanden.

terug naar overzicht Anker 2015