Anker 2015 - Geïntegreerde Proef 'Portret'

terug naar overzicht Anker 2015

TENTOONSTELLING KUNSTAFDELING - ‘PORTRET’

PRIJS LUDO VAN HEES 2015 VOOR ANNA VAN HECKE

De opening van de jaarlijkse tentoonstelling van de kunstafdeling van het Sint-Jozefscollege op 26 februari 2015 in CC Het Gasthuis was weer een succes. Sarah Colpaert en Babs Jambé (6 BeVo) verzorgden de inleiding en de bindteksten.

De leerlingen van 5 ArVo/BeVo zorgden voor de muziek, gastspreker en leraar Nederlands/Engels Jean De Deygere deed een (notitie)boekje open over de kunstreizen en oud-leraar Ludo Van Hees reikte zijn jaarlijkse prijs uit aan Anna Van Hecke (6 ArVo) voor haar eindwerk in het kader van de geïntegreerde proef (GIP). Het thema was ‘Portret’. Ook de leerlingen van de eerste graad stelden hun werken ten toon onder hetzelfde thema.

Inleiding op het thema van de GIP:  PORTRET

Fotografie is het met behulp van licht en andere vormen van straling vastleggen van afbeeldingen van voorwerpen en verschijnselen op radiatie- of stralingsgevoelig materiaal. Het woord is afgeleid van het Grieks en betekent letterlijk schrijven met licht (φωτος, (phootos), van: φως (foos): licht, en γράφω (grafoo): schrijven).

In 1837 ontdekte Louis Daguerre bij toeval de mogelijkheid van ontwikkeling van het latente beeld. Hij had een gejodeerde verzilverde koperplaat kort belicht en hierna blootgesteld aan kwikdamp. Hierop bleek zich een beeld te hebben gevormd. Hij noemde dit proces Daguerreotypie. De 'uitvinding van de fotografie' werd in januari 1839 bijna gelijktijdig in Parijs en in Londen aangekondigd.

Een recente ontwikkeling (1981) is de digitale fotografie. Hierbij wordt de traditionele camera, geladen met film, vervangen door een camera met een lichtgevoelige beeldsensor. De kwaliteit van een digitale opname hangt onder meer af van de gebruikte resolutie. Hoe hoger de resolutie, hoe meer detail kan worden vastgelegd. De resolutie van een digitale camera wordt meestal uitgedrukt in het aantal pixels (= fotodioden) op de sensor. Tegenwoordig (2011) is meer dan 11 megapixel voor een compactcamera eerder standaard dan uitzondering. Hasselblad heeft anno 2011 een professionele camera in het assortiment met een resolutie van 65 megapixel.

Zeker zo belangrijk is het objectief. Spiegelreflexcamera's hebben bovendien verwisselbare objectieven en meestal een veel grotere sensor met een grotere gevoeligheid. Een derde factor is de gebruikte software in de camera zelf, en de manier waarop de beelden opgeslagen worden (met compressie, bijvoorbeeld JPEG, GIF, PNG of TIFF of zonder, bijvoorbeeld RAW-formaat). (Wikipedia opgeroepen 18/03/2014).

Op basis van deze informatie werd van de leerlingen van 6 ArVo/BeVo verwacht dat ze voor hun geïntegreerde proef 2014-2015 een portret maakten:

  • een zeer ruim portret of zeer eng portret;

  • een portret van hun omgeving of van hun opa, van hun jeugdbeweging of van de kermis in de buurt;

  • letterlijk een portret van zichzelf of van de school;

  • een portret van hun muziekband of van hun lievelingsdier;

  • een portret van de muzieknoot fa of van een symfonisch orkest;

  • ….

De leerlingen gingen met een digitaal fototoestel op pad en maakten een reeks foto’s met als onderwerp ‘portret’. De eerste reeks foto’s gaf een algemeen beeld van hun ‘portret’. Ze selecteerden zelf 50 foto’s, waarbij ze rekening hielden met de volgende elementen van fotografie: pixel-resolutie in digitale fotografie-spiegelreflexcamera-kadrering-beeld-compositie-licht-kleurtemperatuur-beeldscherpte-afstand-standpunt … .
Uit deze reeks foto’s selecteerden de begeleidende leraren samen met elk van de leerlingen in september 2014 tien foto’s, waar ze verder mee aan de slag gingen.
Door zich te verdiepen in hun ‘portret’ legden ze een link met een kunstenaar, een beeldend kunstenaar, een architect, een musicus, … .
De verwantschap die hun portret aangaf, moest zeker geen link vormen met een fotograaf. Ze mochten en moesten de verwantschap met de kunstenaar breder zien.
Over de gekozen kunstenaar maakten ze een kunsthistorisch onderzoek en een beeldend onderzoek. Later maakten ze ook zelf een werk dat voortvloeide uit dat onderzoek.
Zoals bij andere opdrachten van kunst was het proces zeker zo belangrijk als het uiteindelijke product.

Inleiding op de tentoonstelling (Sarah Colpaert en Babs Jambé)

Vier jaar geleden stonden we hier naast enkele klasgenoten. Allebei keken we onze ogen uit op het werk van de zesdejaars en we beseften dat er toen nog een lange en moeilijke weg voor ons lag.
Nu, vier jaar later, staan wij hier zelf op de opening van de tentoonstelling, waar wij onze GIP mogen presenteren. Deze tentoonstelling, over het onderwerp ‘Portret’, is een kleine samenvatting van waar wij binnen de kunstafdeling elke dag mee bezig zijn.
Als leerlingen uit de kunstrichting krijgen we regelmatig de vraag waar we mee bezig zijn. Meestal is ons antwoord dat we het zelf niet weten. In sommige gevallen is dat de waarheid, door de onduidelijkheid van opdrachten, maar meestal antwoorden we dat we het niet weten, omdat het gewoon onmogelijk is om het aan iemand uit te leggen.

Elk werk dat hier vandaag en de komende 10 dagen tentoongesteld staat, is een proces. Maar niet alleen een proces op zich, ook een onderdeel van een proces. Een proces waarin we groeiden en waar we vooral veel uit leerden. Over kunst maar ook over onszelf en over het leven. Dingen die in ons verdere leven nog van pas zullen komen.

Acht maand geleden kregen we de opdracht voor onze geïntegreerde proef met als gegeven onderwerp ‘Portret’. Het was voor ons aanvankelijk een opgave binnen de categorie van onduidelijke opdrachten. Gelukkig verdween de onduidelijkheid gaande weg. En zo heeft ieder van ons de opgave op zijn eigen manier uitgewerkt. Zo werd het niet alleen een persoonlijke opvatting van het thema, maar ook een portret van wie we zijn.

Het was zeker niet altijd een gemakkelijke weg, maar dat hoefde ook niet. De zoektocht naar een mooie uitwerking verliep niet altijd even vlotjes. Ieder van ons kende struikelpunten, maar we kwamen er steeds weer sterker uit. We mogen allen zeer tevreden zijn over het bekomen resultaat.

In de tentoonstelling zijn niet alleen de werken van de geïntegreerde proef te bezichtigen, maar ook werken van de eerste, tweede en derde graad. Elk van deze werken maakt deel uit van het thema ‘Portret’ en bevat iets unieks, namelijk een eigen opvatting van het thema. We zouden u graag uitnodigen zo dadelijk een kijkje te nemen in onze tentoonstelling en te genieten van de verschillende variaties die mogelijk zijn binnen eenzelfde thema.

Het notitieboekje van gastspreker (leraar Jean De Deygere)

Goeienavond beste leerlingen van de kunstafdeling en in het bijzonder de tien leerlingen van het zesde jaar Architecturale en Beeldende Vorming. Goeienavond ouders, grootouders en vrienden van deze jonge en beloftevolle mensen. Goeienavond directie, collega’s, oud-collega’s.

Mijn naam is Jean De Deygere. Ik geef al een aantal jaren Nederlands en Engels aan de leerlingen van 4 Beeldende en Architecturale Vorming. En ik heb iets bij me dat ik jullie heel graag wil laten zien. Het is een notitieboekje. Ik heb het eergisteren gekocht en er staat nog niet zo heel veel in. Eigenlijk amper iets. Op de eerste bladzijde staat voorlopig alleen mijn naam en daaronder het woordje ‘KUNST’. In drukletters. Ik heb trouwens veel te lang gewacht om zoiets te kopen. Ik ben eigenlijk al verschillende jaren jaloers. Stikjaloers op de leerlingen van de kunstafdeling. Ik verduidelijk mij, want jullie hebben hier recht op: ik heb het geluk dat ik al een aantal jaren mee mag op kunstreis. Op mijn eerste reis gebeurde er iets wonderbaarlijks. We waren in het Ruhrgebied (in Duitsland), om precies te zijn in de stad Essen in het Folkwangmuseum.

Een prachtig museum trouwens waar een bekend portret hangt van Armand Roulin, geschilderd door Vincent Van Gogh, toen hij in Arles woonde. Je vindt er ook een bekend portret van Vincent Nubiola, geschilderd door de Spaanse schilder Miro.

Maar ik was eigenlijk aan het vertellen dat er iets wonderbaarlijks gebeurde in dat museum. We kwamen met de hele groep het museum binnen en leerkracht Mie Buvens zei aan de leerlingen dat ze hun jassen en rugzakken moesten afgeven aan de vestiaire. En toen gebeurde het. Ineens zei ze: ‘Maar vergeet natuurlijk jullie notitieboekje niet!’ Nog geen halve minuut later stonden alle leerlingen, van het derde tot het zesde jaar, klaar met dat kleinood in hun handen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Sommige van die boekjes waren nogal gewoontjes, maar er zaten ook prachtexemplaren tussen. Zeer zorgvuldig uitgekozen en heel lang over nagedacht, dat was wel duidelijk. Toen gingen we met zijn allen het museum zelf in en Mie Buvens, Wim Elaerts, Dirk Verstreken, Patricia De Keyser en Greet Mannaerts lieten zich omringen door leerlingen en ze begonnen hun uitleg te geven. En de notitieboekjes vlogen open en er werd driftig in genoteerd. Mijn mond viel die eerste keer letterlijk open van verbazing en dat om twee verschillende redenen: enerzijds de discipline en de zeker niet gespeelde interesse van de leerlingen, anderzijds het enthousiasme en de fantastische kennis en belezenheid van de leerkrachten. In het eerste museum begon mijn (weliswaar gezonde) jaloezie al op te spelen. Enerzijds wilde ik zo’n notitieboekje, anderzijds wilde ik de kennis van mijn kunstcollega’s. Ik besefte al vrij snel dat mijn vakgebied nu eenmaal een ander is en dat er toch wel een wereld van verschil is tussen een kunstkenner en een kunstliefhebber zijn. Ik hou het gemakkelijkheids- en veiligheidshalve bij het laatste en ik troost me met de gedachte dat literatuur ook een kunstvorm is. Het dilemma, wat eigenlijk dus geen dilemma was, loste zich dus vlug vanzelf op. Het zou zo’n boekje worden.

Ondertussen gingen we naar nog andere musea en het ritueel herhaalde zich. Telkens opnieuw. Ondertussen zijn er verschillende kunstreizen gepasseerd, en ik had er nog altijd geen. Want, is het niet een beetje vreemd dat een leerkracht tussen de leerlingen staat met ook zo’n boekje? Wat gaan ze wel niet denken? Wel, eergisteren heb ik dus ‘foert’ gezegd tegen alles en iedereen en nu heb ik er ook één. En ik ben er bijzonder trots op. Dat merken jullie wel. En op de volgende kunstreis sta ik gegarandeerd tussen de leerlingen met mijn boekje. Als ik durf tenminste.

Maar ik heb nog iets opgestoken van de rondleidingen op de kunstreizen en dat deed ik vroeger veel te weinig. Mijn collega’s van de kunst hebben mij en alle leerlingen geleerd om te KIJKEN naar kunstwerken, of het nu over schilderijen, beeldhouwwerken, installaties, foto’s of gebouwen gaat. Vroeger ging ik een museum binnen en ik keek naar een bepaald schilderij, maar na nog geen tien seconden begon ik de uitleg al te lezen die vaak naast een schilderij hangt. En op naar het volgende werk. Fout dus. Het allerbelangrijkste om van kunst te kunnen genieten is niet in eerste instantie om het werk te begrijpen, maar om er naar te kijken, er lang naar te kijken, op details te letten, op het geheel te letten. Om te genieten van wat je ziet. Om luidop of in jezelf te kunnen zeggen WAT je allemaal ziet. Als je daarna dan nog een stap verder kunt gaan, namelijk het werk proberen te BEGRIJPEN in zijn tijd en context, hangt af van je achtergrond, visie, kennis. Maar je zult een werk nooit begrijpen als je niet eerst grondig kijkt. En dat wordt onze leerlingen zeer duidelijk gemaakt. Constant, bij elk gebouw, elk schilderij, … .

Ook wordt vaak van hen gevraagd om een schets van een gebouw of een beeldhouwwerk te maken. En geloof me, ze doen niets liever. En die schetsen komen ook vaak in hun, en daar zijn ze weer, notitieboekjes terecht, waardoor sommige van die boekjes echte kunstwerken geworden zijn. Dat kan niet anders. Want kunstleerlingen tekenen nu eenmaal veel en graag (ook op examens Nederlands en Engels, heb ik al vele jaren gemerkt) en wanneer ze weer eens een halfuurtje mogen proberen om een schets te maken van een beeldhouwwerk (zoals in Keulen in het Römisch-Germanisches Museum) of een gebouw (zoals in Berlijn de Neue Nationalgalerie van Mies van der Rohe), dan zie je ze vol overgave aan de slag gaan. Schetsen maken en kijken, heel gedetailleerd kijken, gaan hand in hand.

Ik zou nog graag even terugkomen op één van de kunstreizen die ik heb mogen meemaken, namelijk die van twee jaar geleden, toen we o.a. op bezoek zijn geweest in Amsterdam. Het van Goghmuseum kon toen niet bezocht worden en heel wat werken van van Gogh hingen tijdelijk in de Hermitage. Naast alle schilderijen die er te zien waren, is er mij toen één iets anders bijgebleven. Het gaat over een foto van van Gogh, één van de weinige foto’s die er ooit van hem gemaakt zijn. Het is een foto waarop hij vaag op de rug te zien is, terwijl hij in gesprek is met collega-schilder Bernard, ergens naast een weg langs de Seine in de buurt van Parijs. Die foto fascineerde mij enorm. In dit bepaalde geval maakt het een mythisch persoon enerzijds realistischer en tegelijk nog mythischer. Je ziet alleen zijn rug. Alsof hij onbewust niet wou dat we meer van hem zouden te zien krijgen. Foto’s, portretten: een prachtige aanzet tot een geïntegreerde proef en tot een volledige tentoonstelling.

Aan de leerlingen van 6ArVo en 6BeVo werd voor de zomervakantie gevraagd om voor de GIP in eerste instantie met een digitaal fototoestel een portret te maken, een zeer ruim of een zeer eng portret, van henzelf, hun omgeving, hun school, hun jeugdbeweging, hun opa, … . Zo werden o.a. koeien, brandweerkranen, bloemen en zittende mensen gekozen, naast bv. onderwerpen als ‘verlaten en verwaarloosd’, burn-out en water. Heel diverse thema’s dus.

Uit de reeks foto’s die ze dan binnenbrachten, werd een selectie van 10 foto’s gemaakt, waarmee dan verder gewerkt moest worden. Door zich te verdiepen in een portret was het dan de bedoeling om een link te leggen met een schilder, een beeldend kunstenaar, een architect, een musicus, een conceptueel kunstenaar, … . Van deze kunstenaar werd dan een kunsthistorisch onderzoek gemaakt. Daarna moest een beeldend onderzoek rond de kunstenaar en het thema uitgewerkt worden. De verwezenlijkingen van de GIP en ook werken van leerlingen uit de andere jaren rond het thema ‘Portret’ zijn hier in het cultureel centrum samengebracht en zijn vanaf nu tot 8 maart te bewonderen.

Ik ben trouwens maandag al eens langsgekomen. De zesdejaars waren samen met de vijfdejaars en met hun kunstleerkrachten alles aan het opstellen. Je zag dat ze trots en tegelijk nerveus waren. Nerveus voor vandaag. Ik heb van o.a. Samina, Kyra en Anna al heel wat uitleg gekregen over hun werk. Ik was onder de indruk. Ik heb zelfs aan Samina een blad papier en een balpen moeten vragen, omdat ik dingen wilde opschrijven. Ik had natuurlijk niets bij om te schrijven. Vanaf nu wel dus … Sinds eergisteren dus. Je weet wel.

Ik kom dit weekend nog eens langs. Ik zal mijn notitieboekje bij me hebben en een pen en ik zal kijken en genieten en proberen te begrijpen. Hopelijk zijn er leerlingen of leerkrachten van kunst in de buurt die me zullen helpen om zaken te verduidelijken. Zo kan ik eindelijk iets meer in mijn boekje schrijven dan mijn naam en het woord KUNST (in drukletters). Dank je wel!

Over de GIP-werken (oud-leraar Ludo Van Hees)

Foto's leggen de drijfveren, de interesse en bezieling van de fotograaf bloot. Zó geven de laatstejaars van de kunstafdeling ons een inkijk in hun hunkering naar schoonheid, hun aanleg en ambitie: een verborgen zelfportret.

1 Jana Bergmans  6 BeVo

In een reeks van 8 foto's zoekt Jana schoonheid in de vergankelijkheid. Verlaten en vervallen gebouwen van weleer worden overwoekerd door de natuur. Hun huid wordt weggeslepen door de tijd. Geheimzinnige en weemoedige plekken. Door Jana's bezieling en digitale bewerking krijgen deze foto's een wonderlijke uitstraling. De vergankelijkheid die het verleden toedekt.

2 Kyra Bulinkx  6 ArVo

Zitten, leunen, steunen, liggen. Kyra wil deze menselijke bezigheden zo efficiënt en aangenaam mogelijk maken. In een zitmeubel komt haar fantasie tot leven. Menselijke houdingen worden opgevangen in één blinkende spiraalvorm. Een reflectie op onze zitcultuur en een spiegeling van Kyra zelf.

3 Sarah Colpaert  6 BeVo

De dwingende, permanente druk tot het leveren van prestaties. De stresserende belasting van de alledaagsheid. Klachten en mislukkingen. De gejaagdheid in het verkeer. De steeds aanzwellende  stroom van mensen op drukke kruispunten. In een videofilm drijft Sarah deze spanning op. Een hypernerveuze lichtflikkering werkt fataal tot de overspannen zenuwen afknappen in een totale stilte:  burn-out.

4 Lise De Laet  6 ArVo

Stijgen en dalen, trap op, trap af: een noodzakelijk onderdeel in de architectuur. Lise manipuleert een trapvorm, door omdraaien en wentelen, versmallen en verbreden, delen en vermenigvuldigen. Tot  deze trapvorm zijn functie verliest en een zelfstandige sculptuur wordt die de ruimte inneemt en overkoepelt. Schoonheid en dynamiek in de eenvoud.

5 Samina De Backer  6 BeVo

Het pastorale landschap rond Ramsel waarin nog koeien grazen. Samina koestert dit dier als een bron van fantasie. Haar beleveniswereld uitgeschilderd op drie doeken: een verlangen naar een idyllisch landschap wordt vernietigd door een bliksemschicht van giftige methaangassen.

6 Karlien Frans  6 ArVo

Bloemen verblijden het hart, raken de ziel en geven vreugde aan het gemoed. Want het hart heeft redenen waarvan de rede niets weet. De zoektocht naar dit gevoel is de passie van Karlien. In haar kleurenfoto's ordent ze bloemenblaadjes die ze herschikt tot wonderlijke composities. De poëzie van ordening, ontleding en heropbouw.

7 Eline Goris  6 BeVo

Water is het leidmotief in een film van Eline. Het water als een bewegend en weerspiegelend oppervlak maar ook als een diep verborgen geheim. Een spiegel van de tijdelijkheid van het leven. Als een  open en toch toegedekt oppervlak waarin illusies verloren gaan en het leven wegsmelt. Enkele druppels beroeren het stilstaand water: het leven gaat door.

8 Emma Vanderwegen  6 ArVo

Mijnschachten, terrils: beelden van een vergane mijnsite in Limburg. Emma laat een cilindrische koeltoren een nieuw leven leiden. Door verdiepingen aan te brengen laat zij de bezoeker de zware arbeid van een mijnwerker herbeleven. Van de donkere benauwende kolengang stijgt men langs verdiepingen die steeds meer en meer licht doorlaten. En helemaal boven: het bevrijdend zonlicht.

9 Babs Jambé  6 BeVo

In 5 uitvergrote zwart-wit foto's stapelt Babs dagelijkse gebruiksvoorwerpen op mekaar. Een zonderlinge vervreemding treedt op: de objecten verliezen hun functie en vormen een wonderlijke sculptuur die haar eigen leven gaat leiden. De dingen zijn niet meer wat ze schijnen maar krijgen een mysterieuze betekenis. Sculpturen met een raadselachtige bestemming in de wereld van de verbeelding.

10 Anna Van Hecke  6 ArVo

Anna is begeesterd door de kunst van tentoonstellen. Haar passie om zelf een ruimte in te richten in het CC. Ze maakt een duister labyrint: een symbool van ons brein, een doolhof van onze gedachten, waarin slechts één bezoeker toegelaten is: volledig aan zichzelf overgeleverd. Vijf oplichtende foto's zijn een wegwijzer voor de eenzame bezoeker in deze black box. Elke foto met een onderliggende  bevraging naar het raadsel van onszelf. (Wie ben ik?) Een zoektocht naar onze eigenheid. Uiteindelijk, in een iets grotere ruimte stoot de bezoeker op een projectie van zichzelf als een dialoog tussen de bezoeker en de kunst. Hij wordt zelf een onderdeel van het kunstwerk. De volledige ervaring van dit concept kan alleen op aanvraag bij Anna.

En oud-leraar en medestichter van de kunstafdeling Ludo Van Hees vroeg meteen aan Anna Van Hecke om haar prijs in ontvangst te nemen.

terug naar overzicht Anker 2015